Autisme

Onderzoek naar de aanwezigheid van autisme bij je (mogelijk) hoogbegaafde kind

Een onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van autisme bestaat uit verschillende delen:


  • Klinisch interview met de ouders
  • Observatie thuis en op school
  • Eventueel intelligentie-onderzoek (IQ-test)
  • Sociaal-emotioneel onderzoek
  • Neuropsychologisch onderzoek


Bij het klinisch interview wordt met de ouders gekeken naar de aanwezig-heid van de symptomen van een autismespectrumstoornis.


De observatie op school wordt gedaan vóór je kind zelf in de praktijk is geweest, zodat hij de obervator niet zal herkennen. De bedoeling is dat je kind niet weet dat hij geobserveerd wordt, zodat zijn gedrag zo natuurlijk mogelijk is. De thuisobservatie kan worden gedaan door een testassistent, doordat je thuis zelf een filmpje van je kind maakt, of doordat je in de praktijk met je kind een spelopdracht uitvoert.


Wanneer de intelligentie van je kind nog niet bekend is, of er een vermoeden bestaat dat de intelligentie op dit moment niet overeenkomt met wat eerder uit onderzoek is gebleken, kan een intelligentieonderzoek worden gedaan.


Bij het sociaal-emotioneel onderzoek wordt gekeken naar de mate waarin je kind zich in een ander kan verplaatsen. Ook dienen ouders en leerkrachten een aantal vragenlijsten in te vullen.


Bij het neuropsychologisch onderzoek wordt gekeken of er aanwijzingen zijn dat de hersenen van je kind op een andere manier werken dan bij de meeste kinderen het geval is.


Voorafgaand aan een onderzoek wordt altijd een intakegesprek gehouden. Na afloop volgt een rapportagegesprek en krijg je een verslag met de uitslag en adviezen mee naar huis. Ook kan er een afspraak worden gemaakt voor psycho-educatie of voor een training.


Voor het onderzoekstraject autisme dien je vier of vijf keer naar de praktijk te komen, waarvan twee dagdelen met je kind.


Zie, voor meer informatie, ook de algemene knop 'Onderzoek'.




Wat heb je aan een onderzoek naar autisme bij je kind?



Je stelt jezelf vragen. Misschien vraag je je al sinds de geboorte van je kind af of hij anders is dan andere kinderen. Of misschien is er een welles-nietes spelletje ontstaan met de school. Pluspunt kan een einde maken aan de onzekerheid. Als blijkt dat bij je kind autisme speelt, krijg je vele handvatten aangereikt om goed bij je kind aan te sluiten, zodat zijn leven thuis en op school net wat gemakkelijker wordt. Je leert waarom je kind soms zo anders reageert dan je verwacht, of waarom hij soms zomaar ontploft van woede.  Kortom: je leert je kind beter begrijpen. En ook als er geen autisme blijkt te spelen, krijg je adviezen over hoe je je kind kunt begeleiden, welke aanpassingen op school eventueel kunnen worden gedaan en hoe je kind weer sterker in zijn schoenen kan komen te staan. Het doel is altijd: minder strijd, meer begrip en een fijnere sfeer in huis of in de klas.




Wat is autisme?



Centraal bij autisme staan de problemen in de sociale communicatie, de moeite om situaties in hun geheel te doorzien en de moeite met plannen, organiseren en het omgaan met veranderingen.


Kinderen met autisme kunnen heel erg teruggetrokken zijn, of juist te opdringerig in het zoeken van contact. Ze vertellen vaak over hun interesses, maar luisteren nauwelijks naar het verhaal van de ander. Ze kunnen moeite hebben met het begrijpen van complexere gezichts-uitdrukkingen, het aanpassen van hun gedrag aan verschillende omgevingen en het maken van vrienden. Vaak is er een neiging om aan een vaste structuur vast te houden en kan er paniek ontstaan als hiervan moet worden afgeweken. De kleinste veranderingen kunnen al een enorme onrust teweegbrengen. Vaak is er een obsessie voor een bepaald interessegebied en soms is er sprake van rituele bewegingen en over- of juist ondergevoeligheden voor zintuiglijke informatie.





Praktijkvoorbeeld



Martijn is zeven jaar en zit in groep 4. Vanaf het begin van de basisschool wordt gedacht aan autisme. Martijn wordt ook al vanaf het allereerste begin in de kleuterklas ernstig gepest. Zijn resultaten zijn zwak, zijn werkhouding is slecht en hij uit zich zeer agressief naar andere kinderen. De school dringt aan op een onderzoek naar autisme, maar moeder denkt eerder aan hoogbegaafdheid.


Uit onderzoek bij Pluspunt blijkt dat Martijn zeer hoogintelligent is. Zijn IQ is niet meetbaar met de in Nederland gebruikte intelligentietests. Hij is sociaal-emotioneel niet erg sterk, maar heeft zeker geen autisme. De vraag rijst hoe een kleuter zich sociaal moet ontwikkelen als hij altijd alleen maar te maken krijgt met afwijzing, pesten en lichamelijk geweld van zijn klasgenoten. De leerkracht grijpt adequaat in en stopt het pesten resoluut. Ook krijgt Martijn uitdagender werk in de klas. Een jaar later is hij een stuk gelukkiger, is hij sociaal sterker geworden én zijn de werk-houding en prestaties vooruitgegaan.


Photo on VisualHunt

Voor wie?



Je wilt dat je kind gelukkig is en plezier beleeft aan contacten met andere kinderen.



De leerkracht denkt dat mijn hoogbegaafde kind ook autisme heeft.


Veel hoogbegaafde kinderen vinden het lastig aansluiting te vinden bij leeftijdgenootjes. Hier hoeft geen autisme aan ten grondslag te liggen. Het is echter wel mogelijk dat hoogbegaafdheid en autisme samen voorkomen bij een kind.



Ik zie kenmerken van autisme bij mijn hoogbegaafde kind.


Veel hoogbegaafde kinderen vertonen wel enkele gedragingen die kunnen doen denken aan autisme. De oorzaak kan echter ook liggen in de hoogbegaafdheid zelf.



Ik zie zowel kenmerken van hoogbegaafdheid als van autisme bij mijn kind. Ik vraag me af wat het is.


Als je de twee uit elkaar kunt houden, ben je al een heel eind. De kenmerken kunnen erg op elkaar lijken. De begeleiding die een kind van ouders en leerkrachten nodig heeft, is bij autisme echter heel anders dan bij hoogbegaafdheid.



De school denkt dat het autisme is. Ik denk dat het hoogbegaafdheid is. Kunt u duidelijkheid scheppen?


Ja, dat kan. En dit is nodig om je kind de juiste begeleiding te kunnen geven, als ouders, als school en als hulpverleners.



Wij willen graag adviezen over hoe thuis en op school met dit kind om te gaan.


De vraag waar elk onderzoek op uit dient te draaien. Praktische handvatten die aansluiten bij wat jouw kind nodig heeft.















Lees hier een artikel over de combinatie van hoogbegaafdheid en ASS