Hoogbegaafdheid

Een onderzoek naar de aanwezigheid van hoogbegaafdheid bij uw kind bestaat uit verschillende delen:

 

  • Een intelligentieonderzoek (IQ-test)
  • Een schoolvaardigheidsonderzoek
  • Een sociaal-emotioneel onderzoek

 

Deze onderzoeken worden verdeeld over twee ochtenden.

 

Een intelligentietest maakt duidelijk wat het huidige niveau van het kind is en wat zijn sterke en zwakke kanten zijn. Er wordt gebruik gemaakt van de WISC-III-NL, de meestgebruikte intelligentietest in Nederland, of de RAKIT-2, de speciaal voor Nederlandse basisscholieren ontwikkelde intelligentietest. De tests zijn voor kinderen leuk om te doen. Vragen en antwoorden worden afgewisseld met doe-opdrachten zoals het maken van puzzels en het naleggen van patronen. Door de opzet van de tests hebben kinderen altijd het idee het goed te doen.

 

Het schoolvaardigheidsonderzoek maakt duidelijk hoe het kind ervoor staat wat betreft lezen, spellen en rekenen. Is het kind bijvoorbeeld aan het onderpresteren, of ligt het al jaren voor op zijn klasgenoten? Door dit onderzoek ziet men precies wat dit kind op school nodig heeft en hoe men bij zijn ontwikkeling kan aansluiten.

 

Bij het sociaal-emotioneel onderzoek wordt gekeken of uw kind lekker in zijn vel zit, of hij zich geaccepteerd voelt in de klas en of hij voldoende zelfvertrouwen heeft. Hierbij kan bijvoorbeeld de aanwezigheid van faalangst naar voren komen. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid tot creatief denken, een van de kenmerken van hoogbegaafde kinderen.

 

Voorafgaand aan een onderzoek vindt altijd een intakegesprek plaats. Na afronding van het onderzoek volgt een rapportagegesprek en krijgt u een verslag mee naar huis, met daarin adviezen voor school en thuis. Ook kan er een afspraak worden gemaakt voor psycho-educatie.

 

Zie voor meer algemene informatie over het verloop van een onderzoek de knop 'Onderzoek'.

 

 

 

Wat heeft u aan een onderzoek naar hoogbegaafdheid bij uw kind?

 

 

U wilt dat uw kind gelukkig is, graag naar school gaat en vrienden heeft, maar merkt dat uw kind niet lekker in zijn vel zit. U ziet dat hij heel slim is en vraagt zich af of er misschien sprake is van hoogbegaafdheid. Pluspunt kan u hier zekerheid over bieden. En of uw kind nu hoogbegaafd blijkt te zijn of niet: u gaat naar huis met tips om in de opvoeding en het onderwijs goed bij hem aan te sluiten, zodat hij het weer naar zijn zin krijgt en hij zijn potentieel kan waarmaken.

 

 

 

Wat is hoogbegaafdheid?

 

 

In Nederland wordt veelal de theorie van Renzulli gebruikt, waarbij wordt uitgegaan van de volgende formule:

 

IQ > 130 + bovengemiddeld creatief denken + doorzettingsvermogen = hoogbegaafd

 

Ter vergelijking: een gemiddeld IQ (intelligentie quotiënt) ligt rond de 100. Slechts 2,5% van de bevolking een IQ van 130 of hoger. Een kind dat hoogbegaafd is, wijkt in cognitief opzicht dus evenveel af van gemiddelde leerlingen als een kind dat verstandelijk beperkt is. Het kind moet zich dus voortdurend aanpassen aan het niveau van zijn klasgenoten.

 

Professor Mönks heeft het model van Renzulli uitgebreid door er de drie belangrijkste sociale omgevingen van het kind aan toe te voegen: de school, ontwikkelingsgelijken en het gezin. Dit omdat een intelligent kind niet tot bijzondere prestaties kan komen (en dus niet kan tonen dat het hoogbegaafd is) als de omgeving hiertoe geen kansen biedt.

 

Professor Mönks en zijn promovenda Kieboom hebben het volgende lijstje met kenmerken van hoogbegaafde kinderen opgesteld:

 

•Grote nieuwsgierigheid en leergierigheid

•Veel energie

•Zich met meerdere taken tegelijk bezig kunnen houden

•Buitengewoon goed geheugen

•Breed scala van interesses

•Bijzonder gevoel voor humor

•Hoge mate van empathie en betrokkenheid

•Denken in veel gevallen al op buitengewoon jonge leeftijd (bijvoorbeeld drie jaar oud) na over

de zin van het leven

•Een snelle taalontwikkeling die al opvalt op jonge leeftijd (al in de kleuterschool bijvoorbeeld).

•Wiskundig inzicht dat al op jonge leeftijd merkbaar is (al in de kleuterschool of het lager

onderwijs).

•Een sterk concentratievermogen.

•Interesse in complexe onderwerpen op vroege leeftijd

•Perfectionisme en het (kunnen) stellen van hoge verwachtingen aan zichzelf. Dat betekent

niet dat hoogbegaafden perfecte studenten zijn, wel dat zij hoge verwachtingen (kunnen)

stellen aan prestaties die zij zelf belangrijk vinden.

•Een kritische ingesteldheid tegenover volwassenen (leraren inbegrepen). Vaak zijn

hoogbegaafde kinderen niet in staat om die kritiek op een goede manier te verpakken en over

te brengen, waardoor het 'brutaal' over kan komen.

 

Natuurlijk hebben niet alle hoogbegaafde kinderen ál deze kenmerken. Andersom betekent het ook niet dat als een kind deze kenmerken heeft, hij dus hoogbegaafd is. Overigens betekent de hoogbegaafdheid niet dat deze kinderen op school altijd goede prestaties behalen. Soms kunnen deze kinderen juist enorm onderpresteren. Ook kunnen flinke gedragsproblemen ontstaan als een kind niet in zijn intelligentie erkend wordt.

 

 

Praktijkvoorbeeld

 

 

Melissa is 8 jaar en zit in groep 6. Ze is een jonge leerling en heeft een kleuterklas over- geslagen. Melissa wordt door haar leerkracht omschreven als een nors meisje, dat een beetje buiten de groep valt. Haar prestaties zijn goed, maar ze heeft het totaal niet naar haar zin op school. Melissa's ouders denken dat hun dochter behoorlijk intelligent is en willen graag dat zij het weer leuk gaat krijgen op school. Ze besluiten haar te laten testen bij Pluspunt.

 

Uit het onderzoek blijkt dat Melissa een IQ van 144 heeft en ongeveer een half jaar vooruit is met het schoolwerk. Na overleg met de school blijkt verrijkingswerk niet tot de mogelijkheden te behoren, maar men is wel bereid Melissa een klas te laten overslaan. Na de zomervakantie gaat ze naar groep 8.

 

De eerste schooldag ontvangt Pluspunt meteen een mailtje van haar moeder: 'ze kwam terug met een big smile op haar gezicht, nu maar hopen dat het zo doorgaat!' En dat gebeurt ook. Melissa vindt haar motivatie terug én vindt aansluiting bij de leerlingen die twee jaar ouder zijn dan zij. Inmiddels doet ze het prima op het gymnasium.

 

 

Onderzoek naar de aanwezigheid van hoogbegaafdheid

Voor wie?

 

 

U wilt dat uw kind gelukkig is en plezier krijgt of houdt in het naar school gaan.

 

 

Is mijn kind hoogbegaafd? Heeft mijn kleuter een ontwikkelingsvoorsprong?

 

U merkt dat uw kind voorlijk is; zich sneller ontwikkelt dan andere kinderen. Misschien begon uw kind al heel vroeg te praten, of pas laat maar wel direct goed. Uw kleuter maakt misschien heel gedetailleerde tekeningen, of kan al lezen. Uw kind haalt altijd goede cijfers, zonder daar moeite voor te doen. Of misschien lijkt de voorsprong langzaam te verdwijnen, maar ziet u af en toe nog uitschieters als uw kind bijvoorbeeld een werkstuk moet maken.

 

 

Hoe ga ik thuis om met mijn hoogbegaafde kind? Wat kan de school voor mijn kind doen?

 

Misschien heeft uw kind thuis woede-aanvallen, terwijl hij zich op school goed gedraagt. Of misschien is uw kind zowel thuis als op school brutaal. U wilt een einde aan de ruzies en wilt weten hoe u in de opvoeding zo goed mogelijk bij uw kind kan aansluiten, zodat het thuis weer gezellig wordt. U heeft genoeg van de conflicten die keer op keer ontstaan op school en wilt niet langer gezien worden als 'lastige ouder'.

 

 

Mijn dochtertje verveelt zich op school. Ze zit het grootste deel van de dag met haar neus in haar leesboek.

 

U heeft het idee dat uw kind op school niet laat zien 'wat erin zit'. U vraagt zich af of het overslaan van een klas, of moeilijker werk, een mogelijkheid is. U wilt dat uw kind wordt uitgedaagd door het schoolwerk, dat hij af en toe zijn neus stoot. U hoopt dat uw kind nog eens leert leren, voordat hij straks naar de middelbare school gaat. U wilt dat uw kind gemotiveerd blijft voor het schoolgaan.

Copyright @ All Rights Reserved.