ADHD

Een onderzoek naar de mogelijke aan- wezigheid van ADHD bestaat uit verschil- lende factoren:

 

  • Klinisch interview ouders
  • Observatie thuis en op school
  • Eventueel intelligentieonderzoek (IQ-test)
  • Sociaal-emotioneel onderzoek
  • Neuropsychologisch onderzoek

 

Tijdens het klinisch interview wordt met de ouders gekeken naar de aanwezigheid van symptomen van ADHD.

 

De observatie op school wordt gedaan vóór uw kind in de praktijk is geweest, zodat hij de observator niet herkent. De observatie thuis kan worden vormgegeven door een bezoek van een testassistent, of doordat u zelf een filmpje maakt van uw kind tijdens het avondeten.

 

Als de intelligentie van uw kind nog niet bekend is, of wanneer het vermoeden bestaat dat de gegevens uit eerder onderzoek niet overeenkomen met de daadwerkelijke mogelijkheden van uw kind, kan een intelligentieonderzoek worden uitgevoerd.

 

Bij het sociaal-emotioneel onderzoek wordt gekeken naar hoe uw kind in zijn vel zit. Ook wordt een interview met hem gehouden over de aanwezigheid van symptomen van ADHD. Verder wordt de ouders en de leerkracht gevraagd een aantal vragenlijsten in te vullen.

 

Bij het neuropsychologisch onderzoek wordt gekeken naar de concentratie en het werkgeheugen van uw kind.

 

Voorafgaand aan een onderzoek wordt altijd een intakegesprek gehouden. Na afloop volgt een rapportagegesprek en krijgt u een verslag met de uitslag en adviezen mee naar huis. Ook kan dan een afspraak worden gemaakt voor psycho-educatie of een training.

 

Voor het onderzoekstraject ADHD dient u vier of vijf keer naar de praktijk te komen, waarvan twee dagdelen met uw kind.

 

Zie voor meer algemene informatie over het verloop van een onderzoek het kopje 'Onderzoek'.

 

 

 

Wat heeft u aan een onderzoek naar ADHD bij uw kind?

 

 

Uit een onderzoek naar ADHD volgen altijd adviezen voor de begeleiding van uw kind thuis en op school. Het doel is minder strijd te krijgen en het leven van uw kind en uzelf te veraangenamen. Uw kind kan daarnaast leren plannen en organiseren, kan zijn concentratie verbeteren en daardoor tot betere schoolprestaties komen.

 

 

 

Wat is ADHD?

 

 

ADHD is de afkorting voor Attention Defficit Hyperactivity Disorder (Aandachtsdeficiëntiestoornis met hyperactiviteit). Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie vormen:

 

•Het voornamelijk hyperactief/impulsieve type

•Het voornamelijk aandachtsverstoorde type

•Het gecombineerde type

 

Het laatste type komt het meest voor. Het kind is dan zowel hyperactief en impulsief als ongeconcentreerd.

 

Kinderen met hyperactief gedrag zijn kortgezegd: druk. Ze zijn vaak in de weer en draven maar door. Ze kunnen moeilijk rustig spelen, rennen rond in situaties waarin dit ongepast is en klauteren overal op. Ze hebben moeite op hun stoel te blijven zitten, staan vaak op, wiebelen en bewegen onrustig met handen en voeten. Ook praten ze vaak aan één stuk door.

 

Kinderen met impulsief gedrag hebben moeite hun acties en reacties te remmen en eerst na te denken. Ze hebben vaak moeite op hun beurt te wachten, gooien het antwoord er al uit voordat de vraag is afgemaakt en verstoren bezigheden van anderen of dringen zich op.

 

Kinderen met een concentratiestoornis hebben moeite hun aandacht bij hun werk en soms ook spel te houden. Ze letten vaak niet goed op details en maken slordigheidsfouten in het schoolwerk of bij andere taken. Ze hebben moeite instructies te volgen, taken af te maken en activiteiten te plannen en organiseren. Taken die een langdurige mentale inspanning vergen gaan ze vaak uit de weg. Ze worden gemakkelijk afgeleid door dingen die om hen heen gebeuren, zijn vergeetachtig en raken vaak dingen kwijt. Ook lijken deze kinderen vaak niet te luisteren als iemand het woord tot hen richt.

 

In de wetenschap is men het er nog niet helemaal over eens wat ADHD precies veroorzaakt. Wel is men het erover eens dat het een biologische aanlegfactor heeft. Dit betekent dat het kind al bij de geboorte aanleg heeft om ADHD te ontwikkelen. Naast de genetische factor, speelt ook de omgeving een rol in het tot uiting komen van het ADHD-gedrag. Een kind dat opgroeit in een rustige, veilige omgeving vertoont minder ernstige ADHD-symptomen dan een kind dat opgroeit in een gezin met veel chaos, ruzies en problemen. Zo heeft ook de school invloed op het ADHD-gedrag in de klas.

 

 

 

Praktijkvoorbeeld

 

 

Wouter is elf jaar en zit in groep 8. Hij is twee keer van school gewisseld, heeft een traumatische ervaring gehad en heeft een achterstand van twee jaar op gemiddeld presterende klasgenoten. Als kleuter heeft hij een intelligentietest gedaan, waaruit een ontwikkelingsvoorsprong bleek. Met het oog op de middelbare school willen de ouders meer zekerheid over wat Wouter nu echt kan en waar de oorzaak ligt van zijn vermoedelijke onderpresteren.

 

Bij het onderzoek bij Pluspunt behaalt Wouter een bovengemiddelde, maar niet heel hoge score op de intelligentietest. Ook uit andere onderdelen komen geen duidelijke aanwijzingen voor hoogbegaafdheid naar voren. Dyslexie en dyscalculie worden uitgesloten, maar Wouter blijkt wel zeer impulsief en ongeconcentreerd. Hij krijgt het simpelweg niet voor elkaar zijn aandacht bij zijn werk te houden. Ook uit de door de ouders en de school ingevulde vragenlijsten en het klinisch interview met de ouders komen duidelijke concentratieproblemen, werkgeheugenproblemen en problemen met de impulscontrole naar voren. Wouter heeft ADHD, met name van het onoplettendheidstype.

 

De ouders besluiten niet over te gaan tot het gebruik van medicatie. Wouter is een vriendelijke jongen, zonder gedragsproblemen. Met een werkgeheugen/concentratietraining en een bijspijkertraining voor het lezen, spellen en rekenen wordt hij op een bij zijn leeftijd passend niveau gebracht. Op de Citotoets behaalt hij een score passend bij vmbo-t, iets wat een jaar geleden nog onhaalbaar leek.

 

 

Onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van ADHD bij uw (mogelijk) hoogbegaafde kind

Voor wie?

 

 

U wilt dat uw kind gelukkig is en naar zijn kunnen presteert op school.

 

 

Mijn hoogbegaafde kind is zo druk.

 

Veel hoogbegaafde kinderen vertonen ook geregeld wat hyperactief gedrag. Bijvoorbeeld wanneer ze ergens enorm enthousiast over zijn. Ook angst, bijvoorbeeld bij gepest worden, kan hyperactief gedrag verzoorzaken. Er hoeft dus geen sprake te zijn van ADHD, maar dit kan wel. Voor de juiste aanpak is onderzoek naar de oorzaak van het gedrag nodig.

 

 

Mijn hoogbegaafde kind is zo snel afgeleid.

 

Dit kan voortkomen uit verveling, bij te weinig uitdaging, maar er kan ook een concentratiestoornis aan ten grondslag liggen.

 

 

De school denkt dat het ADHD is, ik denk dat het hoogbegaafdheid is. Kunt u duidelijkheid bieden?

 

Ja, dat kan. Om uw kind te bieden wat hij nodig heeft, op school en thuis, is het nodig te onderzoeken waar het drukke of ongeconcentreerde gedrag vandaan komt.

 

 

Hoe gaan wij om met ons hyperactieve kind?

 

Ten eerste is het belangrijk te achterhalen waar de oorzaak ligt van het hyperactieve gedrag. Het gedrag kan verschillende redenen hebben. Als we weten wat er bij uw kind speelt, is het gemakkelijker hem de juiste begeleiding te bieden in opvoeding en onderwijs.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees hier een artikel over de combinatie van hoogbegaafdheid en ADHD

 

 

 

Copyright @ All Rights Reserved.